Engeltjes

(Tekst en muziek: Urbanus)

Engeltjes van God, ginder ver achter de zon,
kom nog eens naar beneden, in jullie witte nachtjapon.
Onze kinderen willen spelen, gun hen dat plezier,
breng een stukje van de hemel, in een mandje mee naar hier.

Er zijn kinderen gans alleen, hun ouders zijn verdwenen,
ze zitten vol van tranen, op hun schommelpaard te wenen.
Strijk jullie zachte vleugels, over hun gezichtje,
dan voelen ze nog eens vreugde en zien ze weer het licht.

Er zijn ook bange kinderen, met donkere wolken voor hun ogen,
zing voor hen een vrolijk lied en toon hen regenbogen.
Engeltjes van God, ginder ver achter de zon,
kom nog eens naar beneden, in jullie witte nachtjapon.

Onze kinderen willen spelen, gun hen dat plezier,
breng een stukje van de hemel, in een mandje mee naar hier.
Er zijn kinderen wiens hoofdje niet echt is meegegroeid,
soms zijn ze heel chaotisch en dan weer te vermoeid.

Sommigen liggen roerloos te dromen in hun bedje,
dat ze meedoen met de koers op hun trottinetje.
Er zijn kinderen die niks hebben, om te eten of te drinken,
breng hen rijstpap uit de hemel, met lepeltjes die blinken.

Engeltjes van God, ginder ver achter de zon,
kom nog eens naar beneden, in jullie witte nachtjapon.
Onze kinderen willen spelen, gun hen dat plezier,
breng een stukje van de hemel, in een mandje mee naar hier.

Breng een stukje van de hemel, in een mandje mee naar hier.


Terug te vinden op volgende CD:
- In Roer En Rep

Oorspronkelijk verschenen op de LP:
- In Roer En Rep

Terug naar het songteksten-overzicht